De verwarring van isolement Niets staat op zichzelf. Daarom is er niet iets. Niemand staat op zichzelf. Daarom is er niet iemand. Is er dan niets en niemand? Ja en nee. Er is niets en niemand los van iets of iemand anders. Alles en iedereen is er, maar als één. Dit is niet te vatten. […]

De verwarring van isolement

De verwarring van isolement

Niets staat op zichzelf.
Daarom is er niet iets.

Niemand staat op zichzelf.
Daarom is er niet iemand.

Is er dan niets en niemand?
Ja en nee.

Er is niets en niemand
los van iets of iemand anders.

Alles en iedereen is er,
maar als één.

Dit is niet te vatten.
En wordt veelal niet aanvaard.

Er wordt gedacht
dat er iets en iemand
en vele dingen en mensen zijn.

De grenzen worden geloofd,
en beschouwd als werkelijk.

Dat is werkelijk een misvatting.
Maar dit wordt veelal niet geloofd.

De werkelijkheid trekt zich echter niets aan
van wat wordt geloofd.

Ze straalt heel en volkomen
haar alomvattende licht uit.

Ze maakt geen onderscheid,
ze trekt geen grenzen

maar geeft gelijkelijk,
aan alles en iedereen.

Toch dringt ze zich nooit op.
Als ze niet welkom is, zal ze wachten.

Want iedereen is vrij
en zijn eigen wil bepaalt.

Als hij grenzen verkiest en koestert
zal hij deze zien en voor werkelijk houden.

Totdat hij besluit zijn grenzen
in het licht te zetten.

Dan wordt gezien
dat elke grens fictief is
en diende om het licht te weren.

Om niet één te zijn,
maar iets of iemand.

Om een fictief persoon te zijn
in een fictieve wereld.

Trek je grenzen, leren we.
Dat is zelfzorg!
Wat een verwarring!

De verwarring van isolement;
van veilig zijn door (be)grenzen.

Er is geen zelf.
En het licht zorgt vanzelf
voor alles en iedereen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Past liefde in een overtuiging?

Nee, ze overtuigt zonder overtuiging.

 

Past liefde in een oordeel?

Nee, ze doet alle oordelen teniet.

 

Past liefde in verwachtingen?

Nee, ze heeft niets nodig.

 

Past liefde in geloof?

Nee, ze twijfelt niet aan zichzelf.

 

Past liefde in hoop?

Nee, ze is niet in de toekomst.

 

Past liefde in vrees?

Nee, ze wist alle angst terstond.

 

Past liefde in haat en nijd?

Nee, ze is vrede en kracht tegelijkertijd.

 

Past liefde in gebrek en tekort?

Nee, ze is de overvloed zelf.

 

Past liefde in zorgen maken?

Nee, ze zorgt zorgeloos overal voor.

 

Past liefde in protest en weerstand?

Nee, verdedigingsloosheid is haar ‘zwaard’.

 

Past liefde in zwakheid?

Nee, ze is groots en oneindig sterk.

 

Past liefde in compromissen en half werk?

Nee, ze is eenduidig en werkt volmaakt.

 

Past liefde in jou?

Ja, je bent haar bouw.